DE SLIPLANDING
EEN SLIPLANDING IS AAN DE DE WIND EN LANGZAAM ZEILEND DE BOOT GECONTROLEERD ERGENS TOT STILSTAND BRENGEN. JE KUNT HIERMEE DUS GECONTROLEERD AANKOMEN BIJ EEN BOEI, EEN MEERPAAL OF EEN HOGERWAL
DOOR DE ZEILEN MEER OF MINDER TE LATEN KILLEN KUN JE DE SNELHEID VAN DE BOOT EXACT REGELEN. ALS JE TE LANGZAAM GAAT LUISTERT DE BOOT NIET MEER NAAR ZIJN ROER EN GAAT DEZE VERLIJEREN. DE KUNST IS OM NET VOLDOENDE SNELHEID TE HOUDEN OM NOG TE KUNNEN STUREN. OEFEN DE SLIPLANDING VAAK EN ONDER VERSCHILLENDE OMSTANDIGHEDEN.
EEN OPSCHIETER
Als je de boot snel wilt stoppen kun je de boot vanuit een halve windse koers in de wind sturen. Dit heet een OPSCHIETER maken. Om de boot op een specifiek punt te laten stoppen (bijvoorbeeld een boei of een hogerwal moet je goed de rem-afstand kennen van de boot. Deze remweg is afhankelijk van:
- de aanvangssnelheid op de halve windse koers
- de draaisnelheid (hoeveelheid roer)
- de windkracht na de draaibeweging
Deze factoren bepalen dus ook je afstand die je kiest tussen je doel en de halve windse koers. Oefen dit dus vaak en onder verschillende omstandigheden!
Attendeer de bemanning op tijd door "klaar voor een opschieter" te roepen.
Na de draai de schoten goed gevierd houden, de zeilen laten klapperen dus.
Als je te toch te hard aan komt, kun je twee dingen doen:
- wegdraaien van de wind af met het roer en door de fok bak te trekken en de grootschoot te vieren.
- De noodrem gebruiken door de giek hard tegen de wind in te duwen.